Je moet grenzen stellen, is dat waar?

grenzen

Als je lijkt op de allermeeste mensen dan durf ik te veronderstellen:
Je verlangt erna jezelf te mogen zijn. EN je verlangt naar verbondenheid.
En daar – aiaiaiai- zitten we vaak al midden in het probleem…
Uit vele jaren werken met mensen en ook uit enquêtes weet ik dat één van de grootste issue’s voor veel mensen is: het onvermogen om grenzen aan te geven.

Hoe zit dat nou met grenzen…?

 

Waar zijn je grenzen eigenlijk? En hoe zien ze eruit?

Als we zeggen dat we onze grenzen willen aangeven, dat bedoelen we daar over het algemeen mee dat we onze eigen ruimte kunnen ervaren, kunnen innemen en ook kunnen ‘bewaken’. Dat wil zeggen dat niemand in die ruimte komt, als wij dat niet willen. En dat – mocht dat wel gebeuren – we daar raad mee weten in plaats van het met kromme tenen en nare gevoelens te ondergaan.
Als iemand dichterbij komt dat ons lief is en we weten niet goed hoe we dat kunnen voorkomen of stoppen, dan benoemen we dat vaalk als ‘hij is in mijn ruimte/hij gaat over mijn grenzen’.
Grenzen aangeven betekent ook om ‘nee’ te mogen zeggen en niets te doen, wat we eigenlijk liever niet willen doen. Als we dat wel doen, dan gaan we over onze eigen grenzen.

Waarom is het zo moeilijk om grenzen aan te geven

Voor veel mensen is het beangstigend of zelfs bedreigend om grenzen aan te geven. We zijn bang dat de ander boos of teleurgesteld zou kunnen zijn, we willen de ander niet kwetsen, we denken dat we de andere moeten helpen secu redden. We vragen ons af: wat gaat die ander daar wel van vinden? Vinden ze me egoistisch? Of onvriendelijk? Of we voelen ons ten diepste schuldig als we een grens aangeven. Daaronder ligt eigenlijk altijd de angst om afgewezen te worden, als we het wel zouden doen. In verschillende variaties. De angst om alleen achter te blijven, de angst voor verlatenheid, de angst om buitengesloten te worden, de angst om veroordeeld te worden.
Al deze gevoelens gaan over het algemeen terug op grensoverschrijdingen die we in onze jeugd hebben meegemaakt.

 

Grensoverschrijdingen in de jeugd en de gevolgen ervan

Er zijn er maar heel weinigen onder ons die opgegroeid zijn bij verlichte ouders :-). Met onze vaders en moeders hebben we dus te maken gehad met mensen, die niet volmaakt waren, die behoeftes en vaak pijnen en tekorten met zich meedroegen, en die zich zelf daarin niet helemaal konden dragen. Als kinderen van oorlogs- of naoorlogse kinderen, hebben we daar nog eens extra mee te maken. De kans is dan groot dat de ouder – vaak zonder dat te willen of zich te realiseren- , dat wat hij/zij nodig heeft bij het kind ‘haalt’. Als iemand in een training van mij iets deelt als “Eigenlijk heb ik altijd voor mijn moeder (vader) gezorgd”, dan gaat er vaak een zucht van herkenning door de ruimte. Velen van ons herkennen dit. Zorgen voor een ouder, die eigenlijk voor ons had moeten zorgen. We hebben het dan vooral over emotionele en sexuele behoeftes van een ouder, waarbij de moeders het meestal in het emotionele contact zoeken en vaders eerder in het sexuele. Waarom dat zo is en hoe dat precies zit, daar zal één van mijn volgende blogs over gaan.

Vroeger dacht ik

Overlevingsmechanisme

Als klein kind zijn we afhankelijk van onze ouder EN we weten niet beter. We zijn tot bijna alles bereid voor het stuk verbinding, erkenning en liefde dat een ouder ons geeft, ook al is dat contact niet helemaal integer. We doen alles om te overleven. Tegelijkertijd trekken wel conclusies, en denken dat DIT het is, dat het zo hoort. ERGENS ‘weten’ we ook dat het niet zo is, maar dat verdringen we zo lang totdat het ooit veilig genoeg is om te voelen. Tot dan dragen we het gevoel met ons mee dat we de behoeftes van de ander moeten bevredigen om bestaansrecht te hebben, en dat het ons bestaansrecht in gevaar brengt, als we dat niet doen. GEEN GRENZEN aangeven is echt een overlevingsmechanisme, ontstaan in een zeer kwetsbare situatie in onze jeugd.


Wakker worden

Pas als we onze oude pijnen kunnen zien, kunnen we daar ook iets aan doen.
Dan kunnen we zien hoe we bepaalde overtuigingen met ons meedragen. En dat juist deze overtuigingen er vaak voor zorgen dat we het oude patroon in stand houden en herhalen. Als je met een paar mensen afspraken moet maken en je denkt “Het heeft toch geen zin om wat te zeggen, er gebeurt toch niet wat ik wil”, dan zeg je waarschijnlijk weinig, met het gevolg dat waarschijnlijk niet gebeurt wat jij wilt. En dan kun je je oude overtuigingen weer bevestigen “Zie je wel! Er gebeurt nooit wat ik wil.” Dit is hoe we het ego instand houden. Zolang we oud zeer uit dit gebied met ons meedragen, wordt dit keer op keer geactiveerd, zodra iets gebeurt, dat aan dat stuk appeleert.
Onze patronen en onze overtuigingen over onszelf, over de ander en over de wereld bewust worden, ons innerlijk gekwetste kind aan de hand nemen, is een belangrijk stap om je uit deze pijnlijke en beperkende patronen te bevrijden.
Daarmee kan langzaam ontspanning komen in jezelf, dan kan het zelfvertrouwen groeien en durf je stukje bij beetje meer ruimte in te nemen.

Een grens is eigenlijk


Je afgrenzen versus je eigen ruimte innemen

 Als je begint ‘wakker’ te worden uit dit patroon, gaat dat vaak gepaard met veel boosheid. Er wordt dan een soort oerkracht in je wakker, die zorgt dat je ‘blijft staan’, dat je niet meer ‘verdwijnt’ als iets vervelends gebeurt. Uiteindelijk is het deze energie die je helpt, om je integrteit te herstellen, om je eigen ruimte in te nemen en te bewaken en om helder JA of NEE te zeggen.
Het kan heel bevrijdend zijn om de boosheid (tot razernij) echt helemaal te voelen en misschien in een veilige setting de vrije loop te laten (kom lekker SPELEN ;-)). En natuurlijk kost het tijd om zo’n diep patroon achter je te laten, het moet slijten. Uiteindelijk is het echter belangrijk dat we niet blijven hangen in ‘strijd’. Maar dat we deze energie constructief inzetten.
Zolang we moeten VECHTEN om onze ruimte, denken we kennelijk nog steeds dat onze eigen ruimte geen vanzelfsprekend gegeven is. Zolang we ons met gebalde vuisten moeten afgrenzen, zijn we kennelijk nog steeds bang. Het kan dan helpen om meer te focussen op wat je WEL wilt dan op ‘je afgrenzen’. In plaats van je NEE te cultiveren kijken wat je WEL wilt. Onder elke NEE ligt een veel groter JA. Iets dat je graag wilt, waar je naar verlangt. Daarop afstemmen helpt om meer ruimte te geven aan je eigen behoeftes. Zonder dat je de ander daarvoor verantwoordelijk hoeft te maken.


Er zijn geen grenzen (de gevorderdenles ;-))

Vorig jaar had ik een indringende ervaring. Ik was bij een vergadering, samen met mijn beste vriendin. Op gegeven moment kwam een andere vriendin, en terwijl zij iedereen begroette, organiseerde ik met veel gedoe een moeite een stoel voor haar, die ik naast me neerzette zodat ze naast me kon komen zitten. Een moment later gaat mijn beste vriendin op die stoel zitten. Ik zeg “Oh, die stoel had ik net voor M. neergezet”. “Nou ja, nu zit ik hier” zegt zij. Ik was perplex, en probeerde het nog een keer “Wacht even, P., ik heb net echt moeite voor deze stoel gedaan, en ik wil graag dat M. daar zo komt zitten. Wil je alsjeblieft een andere plek zoeken?” “Nee, dat wil ik niet, M. kan toch ergens anders gaan zitten. Nu zit IK hier.”. Ik voelde hoe mijn hele trauma-lichaam geactiveerd werd…ik KOOKTE van binnen…hoe DURFDE ze zo over mijn grens te gaan? Ik had hem toch heel duidelijk aangegeven?? En zij walst er gewoon over heen…! Ik was nog twee dagen in alle staten. Hoe KON ze…? Mijn beste vriendin! Zo over mijn grens te gaan…!!! Ik kan je amper zeggen HOE verontwaardigd ik me voelde…
Tegelijkertijd wist ik natuurlijk maar al te goed dat dit een van mijn grote thema’s was, wat ik al jaren stuk voor stuk aan het helen was. Steeds weer ging ik ermee zitten, richtte mijn aandacht naar binnen en keek naar alle geveolens die het me opriep, liet de golven van woede en pijn en verontwaardiging door me heen gaan, me steeds weer afvragend…”Waar gaat dit over? Waarom overkomt me dit? Wat wil hier gezien of geleerd worden?” En op gegeven moment voelde ik een enorme rust over me heen komen… ik hoorde een innerlijke stem die vroeg “WELKE GRENZEN?? … Er bestaan geen grenzen. We bestaan uit energie en we zijn grenzeloos, we zijn één met alles. P. is een deel van jou, die jou spiegelt. Jullie zijn één.” Het was alsof een enorme zeepbel uit elkaar spatte en ik kon alleen nog lachen…wat een absurd idee dat ik ‘grenzen’ zou hebben, grenzen, die een ander zou kunnen overschrijden…haha… Er was niets dan helder gewaarzijn dat kon zien dat het hele idee rond grenzen en grensoverschrijding een construct van de ‘mind’ is, een label die we op de werkelijkheid plakken. Wat werkelijk is is wat er daadwerkelijk gebeurt. Mijn vriendin blijft op de stoel zitten. Punt. Ik vraag haar om op te staan en ze doet het niet. Punt. So what? Hoe erg is dat? Ik had tegen de andere vriendin kunnen zeggen “Goh, ik had net een stoel voor je georganiseerd, maar nu zit P, daar en wil niet opstaan, wil je op mijn schoot ;-)?” Kan ik werkelijk weten wie op dat moment op de stoel moet zitten, P. of M.? De werkelijkheid is wat ze is. Waarom zou ik vechten tegen de werkelijkheid? Alleen mijn gekwetst ego wil vechten. In de werklijkheid slaat het nergens op, in de werkelijkheid is er helemaal niets aan de hand. En is alles goed precies zoals het is.

Prikkeldraad wordt vogeltjes

Vind je het een boeiend thema?
Het thema grenzen is één van de thema’s die we onderzoeken in de 5-daagse training
“Spelend thuiskomen bij jezelf”, die op 31 janurai van start gaat. Er zijn nog enkele plaatsen!

Lees hier meer daarover: http://www.playtobe.nl/aanbod/basistrainingen/spelend-thuiskomen-bij-jezelf/

2 gedachten over “Je moet grenzen stellen, is dat waar?

  1. ik vind je filosofische oplossing verrassend en voor mij niet zo geschikt; doordat ik vanouds over me heen liet walsen en geen ruimte durfde innemen en door mensen werd gezien en behandeld als een schatje die altijd klaarstond om te helpen, raakte ik steeds meer in de put en werd steeds banger en bozer tot het niet langer ging; ik moest leren om van me af te bijten en ontdekken dat niets verschrikkelijks gebeurde. Ik merkte toen dat ik geen speelbal was van anderen en dingen begonnen beter te gaan in mijn leven. Je filosofische waarheid laat denk ik onvermeld dat mensen het wel handig kunnen gaan vinden om je als voetveeg te zien. Men gaat vaak mee in wat je jezelf aandoet (de rol die je speelt in het contact; ik denk ook even aan Standford Univeristy Prison experiment, en het Millgram experiment). Sociale gedrag is plastisch en grenzen in het contact zijn m.i. griezelig vloeibaar op de lange duur, hoe meer ruimte ik de ander geef om met me te sollen hoe meer ruimte de ander tzt. neemt. Een mens heeft m.i. nauwelijks vaste ideeën over wat wel of niet acceptabel is hij kan aan bijna alles wennen.

    1. Beste Gerard, dank je wel voor je reactie. Je beschrijft heel goed de nare en heftige gevolgen die het heeft als mensen niet voldoende hun eigen ruimte innemen. Zoals ik in mijn blog ook schreef is het voor mensen, die als overlevingsmechnisme hun eigen ruimte hadden opgegeven en beschikbaar waren voor een ander, heel hard nodig om die eigen ruimte weer in te nemen en ook te verdedigen. Ik neem aan dat je met ‘filosofische oplossing’ het laatste stuk bedoeld? De kop van dat stuk is dan ook ‘(een ‘gevorderdenles’). Pas als je je eigen ruimte moeiteloos in kunt nemen en je je eigen integriteit niet meer in twijfel trekt, kun je herkennen dat grenzen uiteindelijk illusie zijn… Groetjes, Kirsten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

17 − 10 =